EX 68-019 Utrecht, Experimentele Flats

architect Gemeentelijke Bouw- en woningdienst; W.A.H.W.M. Janssen, J.J.A. Smets
opdrachtgever
gemeente Utrecht
realisatie 1968 – 1970
adres Pernambucodreef, Cayennedreef, Marow nedreef, Carnegiedreef , Sao Paolodreef, Trinidaddreef, Utrecht
programma 183 woningwetappartementen

Beschrijving van het plan
Utrecht-Overvecht is een wederopbouwwijk uit de jaren ‘60 met veel hoogbouw in de vorm van een stempelstructuur, gekenmerkt door veel herhalingen in de stedenbouwkundige verkaveling. Vanuit de gemeentelijk bouwdienst zelf kwam het initiatief om vernieuwingen te realiseren in het aanbod van woningen in de wijk.

Het plan betreft in eerste opzet vooral een experiment binnen
de typologie van het atgebouw, met een sociaal experiment als bijverschijnsel. De ats reageren op drie punten van kritiek op de standaard ats: de eenvormigheid van het type appartement dat vooral geschikt was voor de standaarddoelgroep van het doorsnee gezin, het gebrek aan privacy bij de galerijontsluiting met tegelijkertijd het gebrek aan contact met buren in een atwijk.

De ats staan in groepen van drie in het groen: 1 groep met 3 blokjes van 8 lagen en 3 groepen met blokjes van 4 lagen. In samenspraak met de eerste bewoners heeft het park rondom de woningen haar invulling gekregen: een speelweide, zandbak, pierenbadje, etc.

4 woningen werden gegroepeerd rond één trappenhuis in tegenstelling tot een galerijontsluiting. Per etage zijn er twee vierkamer- (86 m2) en twee driekamerwoningen (76 m2). Door de gelede opbouw die daarbij werd gerealiseerd wordt inkijk verhindert. Ook vanaf de balkons kan niet bij de buren naar binnen worden gekeken. Om meer exibiliteit

in de bewoning van een appartement mogelijk te maken, wat het ‘creatief bewonen’ werd genoemd, zijn grote schuifwanden tussen de woonkamer en de slaapkamers toegepast i.p.v. standaard deuren.

De eerste ontwerpvariant van de at bleek een overdaad aan geveloppervlakte te hebben, waardoor deze te duur zou worden. De gevel werd rechtgetrokken waardoor in het ontwerp vervolgens een verwarmde gemeenschappelijke hal met een oppervlakte van 60 m2 voor de bewoners ontstond. Deze hallen werden vervolgens bewust ingezet als speelruimte voor kinderen, ruimte om te tafeltennissen, spelletjes te spelen en voor gebruik van een gezamenlijke maaltijd of feest.

Reden van predicering
Het plan werd experimenteel bevonden om drie redenen:
– De exibele indeling met schuifwanden tussen de woon- en slaapvertrekken.
– De ongebruikelijke rangschikking van 4 woningen per etage rond één trappenhuis of lift. De rangschikking komt de uiterlijke vorm ten goede; er is minder inkijk en het bevordert de privacy.
– De mogelijkheid om de eenheden van 4 appartementen stedenbouwkundig te schakelen tot ‘guirlande-achtige bouwstroken van wisselende hoogte’.

Opmerkelijk is het feit dat de commissie niet geloofde in het experiment met de gemeenschappelijke hal in iedere at, dat tijdens het ontwerpproces ontstond. De commissie zag weinig gebruikswaarde en was van oordeel dat na een dergelijke ‘grootse’ entree op elke verdieping de eigenlijke toegang tot de woningen een wat bekrompen indruk zou maken. Bovendien vreesde de commissie geluidsoverlast vanuit de hal, waarvoor akoestische voorzieningen getroffen zouden moeten worden.

68018_plg

BewarenBewaren

    • Categories: Vernieuwing middelhoogbouw