EX 77-293 Dordrecht, de Sterrenburg III

architect Ir. F.M. de Jong en H. van Olphen
opdrachtgever Maatschapp tot Verbetering van Volkshuisvesting‘ Dordrecht-Zwijndrecht’
realisatie 1977 – 1979
adres Assumburg, Hellenburg, Heimerstein, Goudestein, Wittenstein,Remmerstein, Nijenstein, Beekenstein, Dordrecht
programma 279 woningwetwoningen, 120 middelhoog- bouwwoningen (niet experimenteel)

Beschrijving van het plan

Sterrenburg is een uitbreidingswijk die tussen 1960 en 1980 gebouwd is in de polder ver ten zuiden van de binnenstad. Leidraad in het ontwerp van de wijk en de woningen zijn de principes van de Stichting Architecten Research (SAR): enerzijds een verregaande standaardisering – merkbaar in het bouwproces, de plattegronden en de verkaveling – anderzijds meer indelingsvrijheid voor bewoners, zowel tijdens als na de bouw. In het noorden werd op basis van deze principes een stempelwijk ontwikkeld, in het zuidelijk deel van de wijk zijn meerdere experimentele projecten gelegen.

Architecten De Jong en Van Olphen waren van 1965 tot 1970 werkzaam voor de SAR. Het plan is een vervolg op eerdere experimentele projecten (EX 73-162 en EX 74-208), waar binnen een casco-structuur (de drager) de woning met behulp van een inbouwpakket op veel verschillende manieren in te delen is. Vanaf 1968 was de SAR bezig samen met het Zaanse deuren- en keukenconcern Bruynzeel zo’n industrieel inbouwpakket te ontwikkelen. Het pakket kon bestaan uit binnenwanden, elementen voor de natte functies en gevelpuien. Namens de SAR was architect Thijs Bax hier bij betrokken. Na een eerste mislukte ontwikkeling voor de Bijlmermeer, was het inbouwpakket ook bij de andere projecten nog niet goed van de grond gekomen. Bax was partner bij de Jong en Van Olphen tot hij in 1976 hoogleraar in Eindhoven werd.

De woningen liggen gegroepeerd rond woonhofjes aan een ringweg met een open ruimte en een school in het midden. Van alle woningen ligt de nok van de kap ongeveer noord-zuid georiënteerd. Daardoor ontstaan woningen in 3 basistypen: woningen met een symmetrisch of asymmetrisch zadeldak en woningen met een dwarskap. De huizen zijn 9,60 m diep en 5,40 m breed. In het middel van het plan liggen aan een doorgaande parkeerstraat 5 hogere bouwblokken. Onder een grote kap worden de woningen ontsloten via een meanderende galerijstraat op de eerste verdieping.

Enkele maanden voor de oplevering van een woning wordt deze toegewezen. De toekomstige bewoner kan vervolgens aan de hand van een catalogus ter plaatse een indeling kiezen. Daarna wordt de woning afgebouwd. Binnen een traditionele plattegrond, gingen de keuzes over de plaats en grootte van de keuken, de entree, een open of gesloten trap, de positie van de berging en een eventuele aanbouw. Ook was de woning voorbereid op latere uitbreidingen.

Reden van predicering

Het project valt onder het thema IIIa: Woningen met grotere aanpassingsmogelijkheden dan gebruikelijk.

Dat is ook meteen het experimentele element van dit project. De Adviescommissie constateert dat in dit project eigenlijk voor het eerst een bruikbaar inbouwpakket beschikbaar is. Daarmee worden er in dit ontwerp reële mogelijkheden voor de bewoners geboden voor de indeling en uitbreiding van de woning, zowel in de eerste als bij een latere fase van de bewoning. Dat laatste element, wijziging tijdens de bewoning, was met name de aanleiding voor de toekenning van het predicaat.

Wel wordt geconstateerd dat de indelingen die ermee gerealiseerd kunnen worden, traditioneel van opzet zijn.

    • Categories: Bouwen met bewonersinvloed, thema 3a: woningen met grotere aanpassingsmogelijkheden dan gebruikelijk
    • Tags: experimentele woningbouw, gerealiseerd, predikaat, SAR, woningplattegrond