EX 77-299 Utrecht, Lunetten

architect ir. F.J. van der Werf (werkgroep Kokon)
opdrachtgever B.V. Lunetten
realisatie 1974 – 1978, 1981 – 1983
adres Ardennen, Oeral, Oldambt, Hondsrug, Fivelingo, Furkabaan, Sint Gotthard, Opsterland, Zevenwouden, Utrecht
programma 260 woningen en 30 wooneenheden

Beschrijving van het plan

De wijk Lunetten, waaraan vanaf 1976 werd gebouwd ligt aan de oostkant van Utrecht. Ze is de laatste van een serie uitbreidingsplannen op basis van een structuurplan uit 1954. Na de grote uniformiteit van de wijken Kanaleneiland en Overvecht wilde de gemeente hier meer variatie in het aanbod. Ook moest de bevolking echte medezeggenschap krijgen in de ontwikkeling van de wijk. Daartoe werd gebruik gemaakt van de SAR methodiek. In 6 rondes praatten de toekomstige bewoners mee over bijna alle niveaus van besluitvorming, van het bebouwingsplan
voor de vlek, het bouwplan tot het inbouwplan. Het doel was beter aan te sluiten op bewonerswensen, een beter contact tussen toekomstige buren en een grotere af niteit met de eigen woning.

In deelplan 4 ontwierp architect Frans van der Werf een plan dat in vele opzichten een vervolg was op zijn project in Papendrecht (EX 74-208). Het plan voor 260 woningen en 30 wooneenheden was verdeeld over 4 nabij elkaar gelegen bouwlocaties. De woningen zijn gegroepeerd rondom `tuinhoven’. Aan de zuidzijde liggen eengezinshuizen. De overige wanden bestaan uit beneden- en bovenwoningen die 4 aan

4 zijn samengevoegd tot korte bouwblokken in 3 lagen met een kap.
De begane grondlaag is gedeeltelijk uitgebouwd in de hof voor een overdekte parkeergarage. Op de tweede verdieping liggen tussen de woningen ruime terrassen. De bovenwoningen worden ontsloten via een galerij ook op deze verdieping. Trappenhuizen liggen op regelmatige afstand tegen de galerijen aan.

De woningen variëren in grootte van 2 tot 6 kamers. Ook bevat het plan een aantal wooneenheden voor studenten en/of werkende jongeren, die eventueel later makkelijk zijn samen te voegen tot een volwaardige gezinswoning. Binnen dezelfde structuur van het plan is daarnaast een bejaardentehuis opgenomen, die werd ontworpen door een andere architect.

De traveemaat van de drager was 5,40 m bij 10,80 m, met een natte kern in het midden. Dat was ruim groter dan Molenvliet. Bij het stadium van indiening van het plan waren de eerste 2 fasen van inspraak afgerond. De de nitieve indeling van de woningen vond in overleg met de bewoners plaats. De aangegeven plattegronden waren voorbeelden. De architect organiseerde spreekuren met de bewoners. In 10 minuten kon een 1:1 mock-up van de woning gemaakt worden. Twee weken later werd de indeling in een tweede gesprek de nitief gemaakt. Het inbouwpakket werd computergestuurd gemaakt.

Reden van predicering

Het project viel onder het thema IIIa: Woningen met grotere aanpassingsmogelijkheden dan gebruikelijk

Bij wijze van uitzondering deed de Adviescommissie een
voordracht voor ‘vervolgproject’ voor toekenning van het predicaat ‘experimenteel’. Reden daarvoor was het feit dat bewoners al in een veel eerder stadium binnen het SAR besluitvormingsmodel hadden mogen meepraten, er sprake was van een gewijzigde drager en er nieuwe elementen waren toegevoegd als huisvesting voor jongeren en een overdekte parkeergarage. Verder was experimenteel dat het project geïntegreerd was in omringende bebouwing, op basis van vooraf gemaakte afspraken. Daarbij was zelfs binnen één bouwlichaam een gedeelte door een andere architect ontworpen.

77299-model-besluitvorming

77299-situatie

BewarenBewaren

    • Categories: Bouwen met bewonersinvloed, thema 3a: woningen met grotere aanpassingsmogelijkheden dan gebruikelijk