De gemeente Alkmaar doet mee met het project Vier Vierkanten Revisted mee aan een onderzoek naar de Experimentele Woningbouwprojecten uit de jaren ’70. Dit experimentele woningbouwproject in Alkmaar-Noord in de wijk Huiswaard bestaat uit houtskeletbouw-woningen van de hand van architect Abe Bonnema.

Dit vroege houtskeletbouwproject is gerealiseerd in het kader van een prijsvraag waarvoor de gemeente Alkmaar een stuk grond beschikbaar had gesteld. Bonnema ging in zijn experiment met houtskeletbouw op zoek naar de maximale flexibiliteit die hij met dit materiaal kon bereiken. De schakeling van de woningen resulteert in een zeer groen woonerf. De woningen blijken zeer flexibel en nog altijd gewild als koopwoning.

In voorbereiding op de Omgevingswet is de vakgroep Erfgoed van de gemeente Alkmaar bezig met een Cultuurhistorische inventarisatie van het gehele grondgebied. Alkmaar Noord was ‘onontgonnen gebied’ als het gaat om cultuurhistorie. In 2017 is een eerste interne onderzoek gedaan naar de ontstaansgeschiedenis van deze uitbreidingswijk, die ontstond na de aanwijzing van Alkmaar als groeikern in 1972. In deze wijk woont grofweg 30% van de bevolking.

In deze buurt ziet de gemeente een verduurzamings- en energietransitie-opgave. Hierbij moet ook de aanwezige asbesthoudende dakbedekking in ogenschouw worden genomen. Het project heeft onder invloed van bewoners (via het aanbieden van een petitie aan de Eerste Kamer) het landelijke nieuws gehaald omtrent dit onderwerp. Zie onderstaande item in EenVandaag:

Voor Alkmaar is het van belang dat deze opgaven voor de wijk worden verkend vanuit de oorspronkelijke gedachten die in het ontwerp besloten liggen. Interessant in dit project is ook dat we niet te maken hebben met corporatiebezit (veelal eenvoudiger ineens te verduurzamen), maar met particuliere woningeigenaren. Dat maakt het participatieproces om samen een toekomstverkenning uit te voeren van extra waarde.

Doel van de casestudy is om de oorspronkelijke intenties met de daarvoor gevonden ontwerpoplossingen, het gebruik en transformatie in de afgelopen periode en de toekomstige ontwikkelscenario’s voor deze woningen in een experimentele bouwwijze te onderzoeken.

In algemene zin zal de casestudy voor houtskeletbouwwoningen uit de jaren ‘70 en ‘80 lessen opleveren hoe met deze projecten kan worden omgegaan en specifiek zal dit voor het project De Vier Vierkanten een keuzepalet en kanskaart met ontwikkelscenario’s opleveren voor de gemeente Alkmaar binnen de context van de ontwikkelingen in de wijk Huiswaard. De resultaten van deze casestudy zullen naast hun plek in de uiteindelijke publicatie, publiekelijk worden gedeeld. Zo draagt het bij aan het verhaal van de stad en de omgang met erfgoed uit deze periode.

Over de ‘Vier Vierkanten’

predicaat EX 78-317

architect Abe Bonnema
opdrachtgever Westland/ Utrecht projectontwikkelingsmaatschappij
realisatie 1978 – 1980
adres Galjoenstraat, Kotterstraat, Kofschipstraat, Alkmaar
programma 53 premiekoopwoningen en 19 vrije sectorwoningen (niet experimenteel)

Beschrijving van het plan

Midden jaren ‘70 werden er verschillende pogingen vanuit de houtindustrie ondernomen om houtskeletbouw in Nederland te introduceren, een bouwmethode die bekend was uit Canada en de Scandinavische landen. Daarbij speelden twee aspecten: het groeiende ecologische bewustzijn en de mogelijkheden voor prefabricage. Ten behoeve van een prijsvraag Houtskeletbouw hadden enkele gemeente bouwterreinen beschikbaar gesteld, waaronder de gemeente Alkmaar in de uitbreidingswijk Huiswaard. Onder het motto ‘Vier vierkanten’ won architect Abe Bonnema uit Hardegarijp de prijsvraag. De gemeente had als eis gesteld dat er in het plan dat er 75 premie- koopwoningen gebouwd moesten worden met een aantal kamers dat varieerde van 2 tot 6.

De woningen, in maximaal 3 bouwlagen met dakopbouw, hebben
een kruisvormige plattegrond. Vier vierkanten van 3,75 x 3,75 m zijn gegroepeerd rondom een kernzone van 1,20 x 2,10 m. Samen met dragende wandelementen vormen kolommen op de hoeken van de kernzone de draagconstructie. Met holle vloerelementen bestaande
uit liggers en een boven- en onderplaat wordt naar boven toe door gestapeld. Aan de buitenzijde is het geheel met verticale onbehandelde Western red cedar latten bekleed. De woningen worden afgedekt door haaks op elkaar geplaatste lessenaarsdaken, afgedekt met Eternit leien. Deze worden afgewisseld door smalle, platte dakstroken. De kernzone steekt als een opvallende lantaarn uit boven de dakvlakken.

De 4 vierkanten zijn exibel in te delen. Het wonen kan op de tuinzijde of op de straatzijde worden gericht. De keuken is op verschillende plekken te situeren, terwijl het trappenhuis naar keuze in open of gesloten verbinding met de woon- en werkruimte kan staan. Het aantal slaapkamers varieert van 1 tot 5. De woningen beschikken over een aangebouwde buitenberging en een carport. Als parkeernorm gold 1,3 parkeerplaats, waarvan 1 op eigen terrein.

De woningen zijn geschakeld in blokken met een grote plasticiteit. Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen een openbare zijde en een privé zijde. Er zijn daarbij verschillende woonmilieus ontstaan. De toekomstige bewoners konden kiezen tussen wonen aan het water, aan een plein, in een straat of bij een groenvoorziening. Het merendeel der woningen valt binnen de premiekoopsector. Alleen de grootste woningen – 19 stuks- werden in de vrije sector gerealiseerd en kwamen daarom niet voor het predicaat in aanmerking.

Reden van predicering

Het plan valt binnen het subsidieprogramma onder het thema I ‘Urbanisatie i.p.v. suburbanisatie’.

Het experiment gaat over de manier waarop met het ontwerp is ingespeeld op de mogelijkheden van houtskeletbouw, wat in feite de introductie was van een voor Nederland nieuwe bouwmethode. Daarbij worden 3 experimentele elementen onderscheiden. Ten eerste de kruisvormige opbouw van de plattegronden, met daaruit voortvloeiend een aantrekkelijke ruimtelijke werking en mogelijkheden tot gevarieerd ruimtegebruik. Ten tweede het specifiek eigen karakter van de woningen. De architect is er in geslaagd een nieuw woningtype te ontwikkelen, zonder dat sprake is van een vertaling in hout van de gebruikelijke ‘stenen’ woning. En ten slotte het samenspel van de zeer beweeglijke bouwmassa’s en de stedenbouwkundige ruimte. De commissie verwachtte dat toekomstige bewoners geen problemen zouden hebben om zich met deze woonwijk te identificeren.